RESPECT VOOR DE KONING, RESPECT VOOR DE VETERANEN

Op 8 maart jl. liep ik samen met mijn broer Jos mee in de demonstratie in Amsterdam, georganiseerd door Indisch Platform 2.0 en ondersteund door velen. Veel betrokkenen en nabestaanden gaven uiting aan hun eisen om erkenning, om uitbetaling van de Backpay salarissen en van compensatie voor geleden oorlogsschade. Ik heb die eisen steeds mede ondersteund, al heb ik het ‘F..k Den Haag’ niet mee gescandeerd. Zoals altijd bij dergelijke bijeenkomsten heb ik – als oud-militair – mijn respect betoond aan veteranen, die als zodanig herkenbaar waren.

Op 9 maart hoorde ik de speech van onze Koning Willem-Alexander bij de aanvang van het Staatsbezoek aan Indonesië, waarin hij spijt betuigde en excuses maakte voor geweldsontsporingen (‘excessive violence’) van Nederlandse zijde. Dit gedeelte van de toespraak heeft zowel waardering gekregen als afkeuring gewekt.

Ik heb enkele dagen genomen om tot een standpunt te komen, in de wetenschap dat het lastig, zo niet onmogelijk, is om door een hedendaagse bril toch onafhankelijk en evenwichtig terug te kijken in de historie. Ik teken hierbij uitdrukkelijk aan dat ik geen enkele afbreuk wil doen aan wat anderen van de excuses vinden, wat zij erover schrijven of wat zij er bij voelen.

Van Koning tot President

De speech van Koning Willem-Alexander was gericht tot President Joko Widodo, dus van staatshoofd tot staatshoofd. De Koning erkent in zijn speech onder meer dat – in navolging van eerdere verklaringen door Nederlandse regeringsvertegenwoordigers – de Republiek Indonesië vanaf 17 augustus 1945 (zij het achteraf) gezien moet worden als een onafhankelijke en vrije staat (‘independent and free state’).

Met de excuses heeft de Koning als Staatshoofd namens de Nederlandse Regering aan de Indonesische Regering erkend dat:

  • er in de bedoelde periode sprake is geweest van geweldsontsporingen van Nederlandse zijde en
  • daarvoor de politieke (en morele) verantwoordelijkheid wordt genomen.

Reikwijdte van het excuus

Het excuus betreft betrekking op:

  • de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost-Azië op 15 augustus 1945 en de overdracht van de soevereiniteit aan de Republiek Indonesië op 27 december 1949
  • ‘excessive violence’.

Het excuus betreft dus uitdrukkelijk niet de gehele koloniale periode. Ook heeft het excuus geen betrekking op het volgens onze Grondwet en internationale wetten gedurende de in de speech bedoelde periode toegepaste geweld door (onderdelen van) de krijgsmacht.

Overigens heeft voormalig Minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot wel aangegeven dat Nederland destijds aan de ‘verkeerde kant van de geschiedenis’ stond met de pogingen om Nederlands-Indië te behouden – ondanks de duidelijk geuite wens van onafhankelijkheid van Indonesische zijde.

Zo gezien kan het excuus een belangrijke rol spelen bij het verder uitbouwen van de relatie tussen de onafhankelijke en vrije staten Indonesië en Nederland.

De Zwaardmacht en veteranen

De keuze om de krijgsmacht of delen daarvan in te zetten berust uitsluitend bij de politiek (zwaardmacht*). De politieke leiding en niet de individuele militair is dus verantwoordelijk voor het optreden van de krijgsmacht, behoudens de individuele verantwoordelijkheid van de militair om zich aan de wetten te houden.

Met de excuses over geweldsontsporingen van Nederlandse zijde – in retrospect gegeven – wordt mijns inziens geen rode kaart gegeven aan de destijds ingezette veteranen. In tegendeel, de Nederlandse Staat erkent de aansprakelijkheid voor het toegepast hebben van ‘excessive violence’.

De voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, mevr. Gerdi Verbeet, zei het bij de Wereld Draait Door op 10 maart j.l. als volgt: “Militairen, die in opdracht van de politiek zijn ingezet, mag nooit iets worden verweten, tenzij zij buiten het wettelijk kader hebben geopereerd.” En: “Ik heb de grootste waardering voor alle veteranen.”

De veteranen, die zich aan de gegeven opdrachten en het wettelijk kader hebben gehouden, zijn HELDEN, zoals onze Koning in een recent interview heeft gezegd.

Excuses en Bersiap periode

Ik lees her en der meningen, dat de Koning door in zijn speech niet te spreken over de Indonesische verantwoordelijkheid, hij de gruwelijkheden en geweldsontsporingen van die zijde tijdens de Bersiap periode en daarna zou ontkennen.

Ik ben het daar niet mee eens. De Koning is – naar ik meen – terdege geïnformeerd over de Bersiap periode en de tragische en traumatische gevolgen daarvan, die nu nog door veel families worden gevoeld. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt echter niet bij hem of bij de Nederlandse Regering, maar bij de Indonesische Regering.

Overigens denk ik dat door alleen te praten over de Nederlandse verantwoordelijkheid het excuus resoluter en oprechter is. Immers, excuus en spijt hebben alleen waarde als dat ‘onvoorwaardelijk’ is.

Het is nu aan de huidige Indonesische Regering om de verantwoordelijkheid voor de geweldsontsporingen van die zijde te bepalen en eventueel te erkennen.

De Indische Kwestie: Een Nederlandse Kwestie

Met de excuses van de Koning in deze vorm wordt de weg geopend om de historische beladenheid van de relatie tussen Indonesië en Nederland verder af te bouwen.

Maar wat kan de impact zijn in Nederland zelf?

8 maart en 9 maart lijken in dit opzicht nog ver van elkaar verwijderd te zijn. De Indische Kwestie is na 75 jaar nog steeds niet naar behoren en genoegen afgedaan. De gevraagde erkenning, de uitbetaling van backpay salarissen en van compensatie voor geleden oorlogsschade is een verantwoordelijkheid van de Nederlandse Staat ten opzichte van haar eigen burgers. De Indische Kwestie is dus geen Indische Kwestie, het is een Nederlandse Kwestie.

Het zou de Nederlandse Regering sieren ook hiervoor zo snel mogelijk de verantwoordelijkheid te nemen, liefst in goed overleg met de belanghebbenden, die in Amsterdam aanwezig of vertegenwoordigd waren.

 

Met respect voor de Koning en met respect voor de veteranen,

 

Kolonel KLu b.d. Drs. Carel E.M. Banse

 

* Met de term ‘zwaardmacht’ wordt verwezen naar het geweldsmonopolie van de overheid. Het rechtmatig uitoefenen van functionele ‘dwang door geweld’. Dit behelst dus ook het toepassen van dodelijk geweld. In Nederland wordt met deze term dan ook verwezen naar de krijgsmacht en de nationale politie (Jeroen De Vries, woordvoerder Koninklijke Landmacht)