Herdenking 15 augustus 1945 Tilburg

Zaterdagavond 15 augustus stonden wij in het Vrijheidspark in Tilburg stil dat het 81 jaar is geleden dat Japan capituleerde en op 15 augustus 1945 een officieel einde was gekomen aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden.
 
Op 15 augustus is het ook de dag dat wij alle slachtoffers herdenken, zowel burgers als militairen, die zijn omgekomen in de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van het voormalig Nederlands-Indië.
 
Samen met auteur ‘Retourtje Indie’ Olga Vrolijk was ik uitgenodigd als een van de gastsprekers. Omdat wij beiden in Etten-Leur wonen heeft de Etten-Leurse Bode aan artikel aan de herdenking gewijd. Het artikel kun je hier lezen.
 
De jaarlijkse herdenking in Tilburg is georganiseerd door het Burgerinitiatief Nederlands-Indie Herdenking Tilburg, onder voorzitterschap van de heer Humphrey Martherus.
 
Mijn toespraak, getiteld “Wat, als?”, kun je hieronder lezen.
 
 

Wat, als?

Wat, als ik meer tijd gehad zou hebben met mijn oma Tjakkoline Verstift-Beetz. Zou ik dan hebben beseft onder welke erbarmelijke omstandigheden mijn oma met mijn moeder Tilly en haar jongere broertjes jarenlang in Jappenkampen heeft moeten zien te overleven? Zou ik dan begrepen hebben waarom zij daar nooit over sprak?

===

Had zij in haar flatje in Hoogvliet daarom een overvolle voorraadkast, die kon wedijveren met een buurtsuper, waarvan er trouwens één net om de hoek zat? Zaten we daarom op de grond in de keuken, de tjobek met zelfgemaakte sambal tussen ons in, met de hand rijst te eten met alleen maar een blaadje gestoomde witte kool? Een feestmaaltijd voor mij als kleine jongen van 7 jaar, maar voor oma misschien donkere herinneringen aan het wrede kampleven?

===

En als ik in haar mindere dagen haar rug insmeerde met Dampo en dan met een koperen stuiver rode striemen over haar rug moest maken, deed dat haar dan goed of probeerde ze dan de kwellingen van de oorlog te verdrijven?

===

Lange tijd was oma onwetend van het lot dat haar man, mijn opa George Verstift, heeft getroffen: in 1942 krijgsgevangen gemaakt, een overtocht naar Japan in een hellship, gevolgd door jarenlange zware dwangarbeid in de mijnen.

===

Oma en opa hebben elkaar nooit meer terug gezien: opa overleed in 1944 in Japan; zijn urn is bijgezet op Ereveld Menteng Pulo in Jakarta. Ik heb een foto van die urn bij het graf van oma in Bergen op Zoom geplaatst en hen zo – in ieder geval symbolisch – herenigd.

===

Wat, als ik meer had gevraagd aan mijn moeder over die periode? Zou zij daarover dan hebben verteld en zou dat haar hebben verlicht?

 ===

Zij leek alles in de hand te hebben, bestierde met groot gemak het huishouden met zeven opgroeiende kinderen. Alle vrienden en vriendinnen konden altijd mee-eten, hoewel we het zeker niet breed hadden. Zou zij als 14-jarig meisje soms in het Jappenkamp hebben geleerd hoe je jonge kinderen in toom kunt houden en hoe je – bij wijze van spreken – van een polletje gras een maaltijd kunt bereiden?

===

Wat, als ik mij eerder had verdiept in de zorgen, het gemis, de rusteloosheid en de bindingsangst van mijn vader Carel Anton Banse?

===

Had ik wel goed begrepen waarom ik zijn naam draag en die van zijn overleden broers Edward en Martijn? Zij hebben een zeemansgraf gevonden tijdens de overtocht naar Japan in een hellship, dat werd getorpedeerd door geallieerden, die zich niet bewust waren dat zij een schip met krijgsgevangenen hadden onderschept.

===

Na de oorlog verloor pa ook zijn enige zus Theresia; als buitenkamper overleefde zij de oorlog maar net. Zij heeft een graf gekregen op Ereveld Kembang Kuning in Soerabaja; zij liet twee jonge dochters achter, zonder vaders.

===

Pa heeft in de jaren 50 twee keer een tour van meer dan zes maanden gemaakt naar Zuid-Korea als onderdeel van het Nederlands Detachement Verenigde Naties. De Korea-oorlog was een zeer indringende oorlogssituatie. In de jaren 60 ging hij voor een langere periode naar Biak, ter bescherming van Nederlands Nieuws-Guinea.

===

Ik heb mij wel eens afgevraagd waarom hij zijn gezin achterliet om te vechten voor andermans vrijheid? Het antwoord ligt in de vraag besloten. En daarom ben ik in zijn voetsporen getreden en draag ik vandaag mijn uniform.

===

Samen met mijn broers en zussen hebben we de urn van pa en ma in 2017 bijgezet in het graf van tante Theresia in Surabaja: we hebben hen als het ware teruggegeven aan de Nederlands-Indische bodem, die zij zo lang hebben moeten missen.

===

Figuurlijk gezien heb ik de ballast uit de rugzakken van mijn ouders en grootouders gehaald, alles van meerdere kanten bekeken en respectvol weer teruggedaan. Ik heb me gerealiseerd dat het hún rugzakken zijn en dat ik die niet hoef te dragen.

===

Ik voel wel de verantwoordelijkheid hen te eren en te herdenken door hun verhalen en die van zoveel andere Indische en Molukse gezinnen te blijven vertellen, in welke vorm dan ook.

Wat, als daardoor enigszins verlichting gebracht kan worden aan hen die de verschrikkingen van die oorlog en de nasleep ervan hebben meegemaakt?

===

Wat, als de oudere generatie mede daardoor alsnog de kracht vindt om over hun ervaringen te praten en de jongere generaties met respect luisteren, zonder te oordelen?

===

Wat, als we gezamenlijk zouden kunnen voorkomen dat onze kinderen en kleinkinderen ooit zulke lasten zouden moeten dragen?

===

Laten we daarom vooral op deze datum bij elkaar komen om onze gevallenen te eren en de overlevenden bij te staan. Wij zien u en we zien elkaar.

===

Want: wat, als we dit niet meer zouden doen?

Wat, als…..

===

Kolonel KLu b.d. drs. Carel E.M. Banse – Erfgoedverbinder

Scroll naar boven